Showing posts with label compliance. Show all posts
Showing posts with label compliance. Show all posts

Tuesday, January 3, 2017

Privacy Outlook 2017

.

Nog 500 dagen !!

2017 wordt vooral het jaar van de voorbereiding op de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De AVG, ook wel bij zijn Engelse naam GDPR genoemd, is afgelopen jaar van kracht geworden en de overgangstermijn loopt af op 25 mei 2018. Was je nog niet begonnen met het invoeren van de AVG in je organisatie, dan wordt het nu toch wel hoog tijd. Je organisatie heeft nog ongeveer 500 dagen om compliant te worden.

Dat lijkt veel, maar het is voorbij voordat je het weet.
Aan de slag dus!

Regel een budget !

Begin niet met het lukraak implementeren van de AVG. Volg een vooraf vastgesteld plan en beschouw het als een project van meer dan 1 jaar. Dat begint met het regelen van een budget. Heeft jouw organisatie een budgetcyclus van een kalenderjaar, dan ben je eigenlijk nu al te laat. Dan wordt het in 2017 alleen pleisters plakken en verschuift de bulk van je AVG-complianceproject waarschijnlijk naar 2018. Dan wordt het wel heel krap om nog op tijd AVG-compliant te worden. Zorg dan in ieder geval voor een noodbudget om de grootste risico's al in 2017 te kunnen afdekken.

Wees bij het vaststellen van het budget vooral niet te zuinig. Heeft jouw organisatie privacy de afgelopen jaren laten versloffen, dan moet je in 2017 namelijk ook nog eens een inhaalslag maken. Met boetes in het vooruitzicht tot 20 miljoen of 4% van de jaaromzet van de onderneming kan het de moeite waard zijn om in 2017 flink in privacy te investeren. Uiteraard hoort daar ook nog een jaarlijks (onderhouds)budget bij.

Waar beginnen?

Er zijn verschillende scenario's om AVG-compliance aan te vliegen.

Startscenario 1: DPO benoemen

Sommige organisaties gaan nu hard op zoek naar een Data Protection Officer (DPO), in het Nederlands: Functionaris voor de Gegevensbescherming (FG). Ooit ben ik bij Philips op die manier begonnen toen de Wbp werd ingevoerd; weggekaapt bij wat nu de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is. Maar bedenk wel: gekwalificeerde DPO's zijn uiterst schaars. En dus niet goedkoop. Aan de andere kant bieden steeds meer nieuwkomers zich nu aan als DPO, soms met DPO-certificaat en al (voor wat dat waard is).

Maar het privacyvak vereist een hoop competenties in één DPO. Grondige wetskennis in relatie tot de bedrijfsvoering/sector is één. Toezichts-, advies- en communicatievaardigheden is twee. En idealiter ook enig gevoel voor een of meer van de volgende vakgebieden: marktstrategie, sectorkennis, privacy-by-design, informatiebeveiliging, kennis van de door de organisatie gebruikte technologie en risicomanagement. En de DPO moet ook nog eens de persoonlijkheid hebben om als het nodig is met gezag met zijn/haar vuist op tafel te kunnen slaan.

Nog daargelaten dat een goede DPO een boel meters moet hebben gemaakt voordat hij/zij dit vakgebied een beetje in de vingers heeft en dat de DPO slechts voor een beperkt aantal organisaties verplicht is (zie art. 37 AVG), schuilt in zo'n overhaaste benoeming ook het gevaar dat compliance met de AVG door de organisatie primair als het probleem van de DPO wordt gezien (quod non). De DPO is weliswaar een belangrijke drijvende kracht achter de handhaving van het privacybeleid van de organisatie, maar linksom of rechtsom blijft AVG-compliance in eerste instantie het probleem van de directie. Voor je het weet wordt de DPO of FG dus een vorm van window dressing en als het niet goed gaat waarschijnlijk ook de Kop van Jut. Wellicht dat het (lukraak) benoemen van een DPO dus niet de meest aangewezen manier is om een begin te maken met AVG-compliance....

Dit neemt overigens niet weg dat het voorhanden hebben van een DPO, intern of extern, een grote toegevoegde waarde kan hebben voor het waarborgen van AVG-compliance.

Startscenario 2: Risico's inventariseren

Een andere aanpak voor het aanvliegen van AVG-compliance is die van de risico-inventarisatie. De risk-based approach die in de AVG zit, gaat uit van de risico's voor de betrokkenen, zoals klanten, werknemers, burgers, patiënten en dergelijke (privacyrisico's). Voor die aanpak zal je echter eerst moeten inventariseren welke persoonsgegevens je eigenlijk in huis hebt en in welke processen (lees: voor welke doelen) ze worden gebruikt. En om dat goed uit te voeren, moet je eigenlijk eerst alle persoonsgegevens in je organisatie in kaart brengen (data mapping). Dat is weer wat teveel gevraagd, zeker als je nog maar 500 dagen de tijd hebt om compliant worden.

Je zal dus vooraf al een beperking willen aanbrengen in je risico-inventarisatie en focussen op de belangrijkste risico's. De vraag is dan welke criteria je daarvoor wilt gebruiken; met andere woorden, wélke risico's wil je eigenlijk in eerste instantie gaan afdekken?
  • Sommige organisaties willen geen risico's lopen in hun business-kritische systemen. Dat kán een hele goede benadering zijn; je weet dan dat áls de AP langskomt, niet gelijk je hele bedrijf stilligt (business continuity risico).
  • Andere organisaties willen naar de betrokkenen of hun vertegenwoordigers uitstralen dat het bij hen qua privacy wel goed zit. Zij willen dus als eerste aan de slag met hun belangrijkste klanten- en/of HR-processen. Bijkomend voordeel is dat hoe eerder die processen compliant zijn met de AVG, hoe kleiner de kans dat over die processen wordt geklaagd (brand damage risico). Voor overheidsorganisaties vertaalt zich dit in politieke risico's.
  • Een - vooralsnog - kleine groep organisaties vliegt de AVG top-down aan. Zij willen eerst het privacymanagementkader neerzetten om van daaruit de AVG-compliance in hun processen op een volwassen manier te beheersen. Op zich niet zo gek gedacht als je bedenkt dat de AVG van organisaties eist dat ze "aantoonbaar" compliant zijn met de wet (art. 24 AVG). Dat vereist een relatief hoog maturity-niveau in privacycompliancemanagement (minstens 'defined', liefst 'managed'). Deze organisaties verkleinen daarmee de kans dat ze tegen een boete aanlopen wegens ernstig verwijtbare nalatigheid (accountability risico).
  • En dan heb je nog organisaties die niet (als eerste) tegen een boete willen aanlopen of als uitgangspunt hebben om sowieso compliant te zijn. Veelal aangestuurd door de juridische afdeling wordt door die organisaties vaak ingezoomd op de belangrijkste compliance-verplichtingen, al dan niet in relatie tot de speerpunten van het handhavingsbeleid van de AP en jurisprudentie (boete-risico).
Welk criterium (of een combinatie ervan) je ook wilt gebruiken, realiseer je dat 100% compliance niet bestaat.... zeker niet in het privacyrecht. Bovendien is een heleboel nog onduidelijk, omdat de interpretatie van de AVG van de gezamenlijke Europese toezichthouders nog niet beschikbaar is. Maak er dus een langetermijnproject van. Wees daarbij helder en duidelijk naar de organisatie en je stakeholders: "Dit doen we in 2017, dat doen we in 2018 en de rest komt wel in 2019/2020".

Jouw AVG-project

Splits je project dus op in behapbare deelprojecten.
Start met wat jouw organisatie belangrijk vindt.

Data Protection Impact Assessments
Sommige bedrijven storten zich halsoverkop op het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA's, art. 35 AVG). Maar als je dat op alle processen zou doen, weet je twee dingen zeker: het AVG-project gaat binnen de kortste keren over het budget heen én het komt niet vóór 25 mei 2018 af. DPIA's zijn alleen verplicht voor de gegevensverwerkingen die "waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen" vormen. Het is dus helemaal niet nodig om overal een DPIA op te doen (zou ook veel te duur zijn), al kan het - ook vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen - verstandig zijn om de groep van processen waar je DPIA's op uitvoert iets ruimer te nemen dan de AVG voorschrijft.

Privacy Quick Scans
Beter is dus om zogeheten Privacy Quick Scans te doen op je (selectie van) gegevensverwerkingen c.q. bedrijfsprocessen. Zo'n Privacy Quick Scan (PQS) is goedkoop en snel, omdat je inzoomt op de vraag of er sprake is van mogelijke hoge risico's, zonder heel diep op die risico's in te gaan. Door PQS-en uit te voeren, weet je snel op welke processen je wél een DPIA moet uitvoeren (dubbel werk voorkom je door de resultaten van de PQS te gebruiken voor je DPIA). De overige processen hebben waarschijnlijk geen hoge risico's. En dus is dat 'gewoon' compliancewerk dat je eventueel kan uitstellen tot 2018 (of nog later).

Bijkomend voordeel van een PQS is dat je met niet al teveel extra werk ook snel zicht krijgt op de 'red flags' qua AVG-compliance (die moeten sowieso in 2017) en de stand van zaken van het maturity niveau van het privacymanagement in je organisatie. 

Data mapping
Maar om zo'n PQS uit te voeren moet je wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weten welke persoonsgegevens je eigenlijk is huis hebt. Een goede manier om dat te doen is een data mapping exercitie. Daarvoor bestaat tegenwoordig ook software. Je kan dus overwegen om zo'n licentie aan te schaffen. Groot voordeel daarvan is dat je gelijk voldoet aan je artikel 30-verplichting om een register van gegevensverwerkingen bij te houden.

Elementen AVG-project

Een beetje AVG-complianceproject kent dus de volgende elementen:
  1. Het in kaart brengen van de (belangrijkste) gegevensverwerkingen en het inrichten van het artikel 30-register;
  2. Het uitvoeren van Privacy Quick Scans op de (geselecteerde) gegevensverwerkingen om de risico's in kaart te brengen;
  3. Het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments op de verwerkingen met 'waarschijnlijk hoge risico's en het volledig documenteren van deze verwerkingen;
  4. Het implementeren van proces-gerelateerde (aanpassings)maatregelen op het gebied van privacy-by-design/default, informatiebeveiliging, verwerkersovereenkomsten, internationaal gegevensverkeer, privacyverklaringen en bewaartermijnen;
  5. Het implementeren van beleid en procedures op het gebied van privacymanagement, zoals privacytraining, privacy risk management (PQS/DPIA/audit), inkoop/outsourcing, toegang tot privacyexpertise (aanstelling DPO/FG en/of inhuren externe ondersteuning) en omgang met datalekken.
Veel organisaties zullen deze stappen in de volgorde 1 - 5 uitvoeren. Vooral als zij de AVG-compliance aanvliegen vanuit business continuity risico's, brand damage risico's of boeterisico's.
Zo'n AVG-project zou er dan als volgt uit kunnen zien:
  • Q1 2017: Instellen privacy project organisatie. Data mapping en optuigen artikel 30 register.
  • Q2/Q3 2017: Uitvoeren Privacy Quick Scans en DPIA's.
  • Q3 2017 - Q1 2018: Implementatie procesmaatregelen op hoge-risico systemen en aanpakken 'red flags' privacycompliance. Start van het privacy management programma.
  • Q2 2018 - 2020: Compliant maken van lage-risico verwerkingen, verhogen maturity niveau privacymanagement.
  • Vanaf 2019: Onderhoud privacycompliance (aanpassen van processen, maatregelen en documenten aan de laatste inzichten en herziening/audit eerder uitgevoerde DPIA's).
Voor organisaties die liever eerst hun privacymanagement op orde willen brengen (accountability risico's), zou de tijdslijn van hun AVG-project er als volgt uit kunnen zien:
  • Q1 2017: Definiëren van de organisatie-brede privacybeleidskaders en instellen van privacycompliance organisatie.
  • Q2 2017: Data mapping en inrichten art. 30-register.
  • Q3 2017: Uitvoeren Privacy Quick Scans en DPIA's.
  • Q4 2017 - Q1 2018: Implementatie procesmaatregelen op hoge-risico verwerkingen.
  • Q2 2018 - 2020: Compliant maken van lage-risico verwerkingen en aanpak 'red flags' privacycompliance, verhogen maturity niveau privacymanagement.
  • Vanaf 2019: Onderhoud privacycompliance (aanpassen van processen, maatregelen en documenten aan de laatste inzichten en herziening/audit eerder uitgevoerde DPIA's).
Hoe eerder je met je project begint, hoe groter de kans dat je op 25 mei 2018 de belangrijkste risico's hebt afgedekt.

En wat brengt 2017 verder nog?

Traditioneel geef ik u in de jaarlijkse Privacy Outlook ook een overzicht van de veranderingen in de wet- en regelgeving die er aan zitten te komen. Bij deze dus.

Uitvoeringswet AVG

Een belangrijke aanvulling op de AVG wordt gevormd door de nationale uitvoeringswetten. Voor Nederland is dat de Uitvoeringswet AVG (UAVG). Het voorstel is in december 2016 in consultatie gegaan en zal naar verwachting in de loop van de eerste helft 2017 naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

De UAVG regelt een aantal zaken, waarbij de wetgever uitgaat van een - waar mogelijk - beleidsneutrale invoering van de AVG. Met andere woorden, waar het kan, volgt de UAVG zoveel mogelijk de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het gaat onder andere om:
  • De instelling en de bevoegdheden van de Autoriteit Persoonsgegevens.
  • De Nederlandse invulling van een aantal onderwerpen die de AVG aan de nationale wetgever voorbehoudt, zoals de beperking van het gebruik van het BSN-nummer en de leeftijdsgrens voor toestemming voor gegevens van kinderen (het voorstel in de UAVG is 16 jaar); en
  • De verwerking van bijzondere gegevens zoals ras/etniciteit en gezondheidsgegevens in specifieke gevallen á la art. 17 - 22 Wbp.

Voorstel herziening e-Privacy Richtlijn

In het kielzog van de AVG wordt ook de e-Privacy Richtlijn 2002/58 herzien. Die richtlijn bevat nu onder meer de regels rondom het gebruik van cookies, spam en location-based services en is in Nederland uitgewerkt in hoofdstuk 11 van de Telecommunicatiewet.

In december lekte al een ontwerp van het voorstel uit. Daaruit bleek dat ook deze wet net als de AVG - terecht - een verordening wordt; één en dezelfde wet voor hele Europa dus. Naast de genoemde onderwerpen, die hier en daar worden aangescherpt of verduidelijkt, bevat het ontwerp van de e-Privacy Verordening ook uitbreidingen. Zo gaan ook internetcommunicatiediensten als Skype en WhatsApp onder de werking van de e-Privacy Verordening vallen.

Maar de opmerkelijkste uitbreiding is die artikel 10: het privacy-by-default vereiste gaat ook gelden voor slimme apparaten, zoals smart-TV's en Internet-of-Things apparaten. De regel komt erop neer dat de Europese Commissie een verbod voorstelt op het 'op de markt brengen' van slimme apparaten die niet aan deze eis voldoen. Dit en dit is onder de e-Privacy Verordening dus uit den boze. Deze nieuwe eis raakt primair de elektronicabranche (retail, groothandel, import) en in hun kielzog de - vaak buitenlandse - producenten van de apparatuur. Dat wordt nog een fikse kluif voor de douane en de NWVA !

Eerste boetes?

Bij zijn aantreden zei de nieuwe voorzitter van de AP, Aleid Wolfsen, dat de boetes er aan zitten te komen. Bij de AP zijn in 2016 een kleine 5500 meldingen van een datalek binnengekomen. Daarvan zijn een aantal door de AP in onderzoek genomen. En daarvan zullen waarschijnlijk weer een aantal in aanmerking komen voor een boete.

Omdat de AP in haar boetebeleidsregels werkt met boetecategorieën voor het niet nakomen van de beveiligingsverplichting (categorie II: minimaal 150.000 euro, maximaal 500.000 euro), waarbij sprake kan zijn van zowel boeteverhogende als boeteverlagende omstandigheden, is het dus nog even afwachten wat de gemiddelde hoogte zal zijn van een boete voor een datalek.

Maar daarnaast kan de AP natuurlijk ook een boete uitdelen voor andere overtredingen van de Wbp. Het maximum is ook in 2017 nog 820.000 euro (of 10% van de jaaromzet van de rechtspersoon als 820.000 euro niet passend zou zijn).

Kortom, ook 2017 wordt weer een spannend privacyjaar!

Monday, January 6, 2014

Holland Privacy Outlook 2014

By popular demand, please find below an English version of my earlier blogpost on what 2014 holds in store for privacy compliance in The Netherlands, based on the legislative and enforcement trends in The Hague and Brussels.





2014 is set to become the year for privacy and data protection in The Netherlands. A number of legislative proposals in The Hague and Brussels will significantly change the way businesses operating in The Netherlands have to comply with privacy and data protection laws. Some details still need to be worked out, but one thing is clear: in 2014, businesses operating in Holland need to get serious about privacy and data protection.

First order of business in 2014 is to seriously step up the maturity level of the organization's privacy compliance. The plans in The Hague and Brussels do no longer tolerate low levels of privacy compliance. The new name of the game is data lifecycle compliance management. This requires significant more resources and attention dedicated to privacy and data protection, as personal data need to be protection during their entire lifecycle and mere 'legal compliance' is no longer tolerated.


Privacy Maturity Path to 2015


Here are 6 trends you need to watch this year in order to stay on the right side of privacy compliance:

1. The Dutch Data Protection Authority Gets Power To Fine

The Dutch Cabinet has recently approved a bill which gives the Dutch Data Protection Authority (CBP) the power to fine businesses for violating the Dutch Personal Data Protection Act (WBP). These administrative fines may equal 6th category criminal fines (since January 1st: 810.000 Euro). The fines can be issued for any violation of the WBP. In theory this may lead to cumulative fines (!).

But it may get worse. State-Secretary Teeven, responsible for the WBP, has suggested in Parliament in November that he was about to send a bill to the Cabinet which would contain turn-over related fines. Probably he was referring to another bill which is currently pending in Parliament, which allows for fines of 10% of the annual turn-over if a fine of 810.000 euro would not be fair. It is therefore highly likely that this possibility is included in the CBP fining powers bill.

The bill is expected to become law on January 1, 2015. This would give businesses only 1 year to address their non-compliances to avoid fines next year.

2. Data Breach Notification Law Introduced

Also currently pending in Parliament is a bill requiring data breaches to be notified to the CBP and the data subject. Data breaches must be notified regardless of the amount of personal data breached. The only exceptions are: 1) where the data were encrypted or otherwise made unintelligible to unauthorized users, and 2) where the data breach is a 'trifle'. We don't know yet how the CBP will interpret this last exception, but one may expect that personal data of a more sensitive nature, such special data and financial data, will not qualify under the exception. It is important to note that data breaches which occur at the data processor's side must be notified by the controller. Processor contracts must contain language which require processors to notify controllers of data breaches.

Also this bill is expected to become law on January 1, 2015. Businesses should therefore use 2014 to review their security practices as well as their processor contracts and to take a close look at their internal security incident reporting procedures.

3. Safe Harbor and Cloud

In the wake of the Snowden-scandal, the European Commission has taken a close look at the Safe Harbor Agreement and has proposed a number of changes. The US have until the summer to implement these changes. If they don't agree, the European Commission may choose to terminate the Agreement.

The problem is that Safe Harbor is widely used to allow data transfers from the EU to the US via cloud services. If the Safe Harbor Agreement is terminated, European cloud customers will need to look for alternatives. One alternative may be to enter into modelcontracts with the US cloud provider, but these may be difficult to implement in cloud environments. Another way (favored by the European Parliament) may be to use a European cloud service, where the privacy rights of European citizens are respected.

CIO's and legal counsel should therefore use the first half of 2014 to take a close look at their organization's cloud strategy and prepare a back-up plan in case Safe Harbor is terminated this summer.

4. EU Data Protection Regulation

The EU Data Protection Regulation, which is supposed to replace the WBP in 2016, has hit some political trouble, which has caused a delay (most likely until 2015). Although details may change, there is high-level agreement on several key-elements of the Regulation, such as more responsibilities for the controller (especially with regard to compliance management), more rights for the data subject (especially on the internet), requirements for privacy-by-design and privacy impact assessments on new information systems and changes to business processes, steep turn-over related fines (up to 5% according to the Parliament) and restrictions on sharing data with foreign governments.

Given the significant impact of the Regulation on the business, it would be sound policy to start preparing an implementation plan in 2014, as the implementation period of 2 years after adoption of the Regulation will most likely be too short for most companies to review each and every data processing operation and data processor.

5. 2014: The Year of the DPO ?

I predict that 2014 will be the year where many organisations in The Netherlands, government bodies and businesses alike, will start looking for a Data Protection Officer (DPO) or even a Chief Privacy Officer (CPO, a DPO at executive level). This would allow such DPO/CPO to start preparing the implementation of the Regulation as well as to fix the most urgent non-compliances before the new fining power of the CBP and the data breach notification law come into force next year.

However, there are not many experienced DPO's around in The Netherlands, let alone experienced CPO's, since most businesses treat privacy compliance as a legal matter, leaving much of the work to law firms. On the other hand, appointing an existing employee as DPO may also not be a good thing, since such employee would need to be thoroughly trained first in order to acquire the required competencies of a DPO. In such case, 2014 would be wasted. It is therefore good to know that DPO's may also be hired externally (as a service). Not only would this provide some flexibility (DPO's have protected employment status in The Netherlands and cannot be fired without the court's approval), but it also ensures high-level expertise where time to bring the organization into compliance is limited. In the meantime, the in-house privacy lead may be trained to become a DPO.

6. Cookie law enforcement

The Dutch cookie law (art. 11.7a Telecommunications Act) is also likely to be changed this year. A bill is currently being prepared, which would exempt cookies with low privacy risks, such as first party analytics cookies, from the information and consent requirements. Also this bill is expected to become law on January 1, 2015.

On the other hand, I wouldn't be surprised if the Consumer and Market Authority (ACM), which enforces the Telecommunications Act, would step up its enforcement efforts with regard to the cookie law. Until now, the ACM has given priority to the information requirement by giving warning to websites, but could very well also start enforcing the consent requirement in 2014.

But also the CBP may enforce the cookie law, as a particular element of the Dutch cookie law is that cookies which track users over multiple websites are considered personal data (unless the party which places the cookie can demonstrate otherwise). In 2013, the CBP has already shown concerns about the implementation of the cookie law, especially with regard to the way consent is obtained. Also, the CBP has expressed concerns in cases where analytics cookies are placed by third party analytics providers, such as Google Analytics. In such case, the CBP requires an agreement similar to a processor agreement to be put in place between the website owner and the analytics service provider. So, I would also not be surprised if also the CBP would step up its enforcement actions in 2014 with regard to the cookie law.

I wish you a happy and data-breach-free 2014 !!
For more info or support, I can be contacted via www.privasense.eu

Thursday, January 2, 2014

Privacy Outlook 2014

2014 belooft hét jaar te worden voor privacycompliance. Er staan grote veranderingen op stapel. Hoe een en ander er precies gaat uitzien, weten we nog niet, maar één ding staat vast: in 2014 moeten organisaties serieus met privacy en bescherming van persoonsgegevens aan de slag.

Privacy zou in 2014 wel eens veel meer het domein van managers, informatiebeveiligers en compliance officers kunnen (moeten?) worden en minder van (bedrijfs)juristen. Nog steeds ligt bij het merendeel van de bedrijven en organisaties de kennis over en aandacht voor privacycompliance bij de juridische afdeling (die het al dan niet uitbesteedt aan een advocatenkantoor). Die doet de nodige meldingen bij het CBP, maakt een paar bewerkersovereenkomsten met leveranciers, geeft juridisch advies bij een nieuw project of de aanschaf van een nieuw systeem en kijkt er daarna niet meer naar om. Privacycompliance overstijgt bij deze organisaties vaak nauwelijks het niveau van 'repeatable'. Bedrijven en organisaties die zich hierin herkennen doen er goed aan om dit beleid in 2014 eens drastisch tegen het licht te houden.
Repeatable is no longer an option!

Het nieuwe adagium is 'data lifecycle compliance management'. En daar hoort minimaal het niveau 'managed' bij. De plannen voor 2014/2015 in Den Haag en Brussel maken dat bescherming van persoonsgegevens voortdurende aandacht nodig heeft; van wieg tot graf dus.


Privacy Maturity Pad naar 2015


Daarom de zes belangrijkste aandachtspunten voor 2014 op het gebied van privacycompliance en bescherming van persoonsgegevens op een rijtje:

1. Boetebevoegdheid CBP

Hoewel de details van het wetsvoorstel dat het kabinet onlangs naar de Raad van State stuurde nog niet precies bekend zijn, staat al wel vast dat het CBP een algemene bestuurlijke boetebevoegdheid gaat krijgen voor overtredingen van de WBP. Het gaat dan niet meer alleen om het niet naleven van de meldplicht ex artikel 27 WBP (nu maximaal 4500 euro), maar om alle overtredingen van de WBP. Naar verluidt haakt het wetsvoorstel aan bij het boetemaximum van categorie 6 van het Wetboek van Strafrecht (per 1 januari 2014: 810.000 euro), de hoogst mogelijke boete. Let wel: per overtreding! Het ongericht verzamelen van persoonsgegevens plus het bovenmatig verstekken ervan én een slechte beveiliging zou in theorie dus zomaar een boete van 2,4 miljoen euro (!) kunnen opleveren.

Maar dat is wellicht nog niet alles. Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie), verantwoordelijk voor de WBP, had het onlangs in de Tweede Kamer tijdens de begrotingsbehandeling over omzetgerelateerde boetes voor overtredingen van de WBP, daarmee mogelijk refererend aan het Wetsvoorstel Verruiming Mogelijkheden Bestrijding Financieel-Economische Criminaliteit waarmee het boetemaximum in het Wetboek van Strafrecht voor bedrijven wordt verhoogd naar 10% van de jaaromzet als categorie 6 geen passende bestraffing biedt. Dat wetsvoorstel is in juli 2013 naar de Tweede Kamer is gestuurd. 810.000 euro is een serieus boetemaximum, waarmee het CBP vergelijkbare boetes kan uitdelen als de Engelse toezichthouder (500.000 pond). Maar met omzetgerelateerde boetes zou het CBP pas echt slagtanden krijgen.

Als het vaste inwerkingtredingsschema voor nieuwe wetgeving wordt aangehouden, gaat de boetebevoegdheid in op 1 januari 2015. Dat zou betekenen dat bedrijven, overheden en instellingen nog maar een jaar hebben om hun gegevenshuishouding op orde te brengen om zo boetes te ontlopen. En dat jaar is voorbij voor je het weet.
 
2. Meldplicht datalekken

In de Tweede Kamer ligt momenteel het wetsvoorstel meldplicht datalekken. Een datalek moet worden gemeld bij het CBP en bij de betrokkenen, tenzij er sprake is van een 'bagatel'. Hoewel we nog niet precies weten hoe het CBP met de bagatelregeling zal omgaan, mag men er van uitgaan dat datalekken waarbij persoonsgegevens met een hoge mate van gevoeligheid zijn betrokken, altijd gemeld moeten worden. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan bijzondere gegevens ex artikel 16 WBP (medische gegevens, etniciteitsgegevens, strafrechtelijke gegevens, etc), financiële gegevens zoals creditcardinformatie en rekeninggegevens, burgerservicenummers en inloggegevens op websites en sociale media, maar ook aan camerabeelden of gegevens uit personeelsvolgsystemen.

Het maakt voor de meldplicht overigens niet uit hoeveel data is gelekt. Zelfs een klein datalek moet gemeld worden als de gegevens gevoelig zijn. Datalekken waarbij gevoelige persoonsgegevens zijn betrokken hoeven alleen dan niet gemeld te worden als ze zijn versleuteld of anderszins onbegrijpelijk zijn gemaakt voor onbevoegden.

Het niet melden van een datalek kan worden beboet met maximaal 810.000 euro (het boetemaximum van 450.000 euro in het huidige voorstel wordt door het onder punt 1 genoemde wetsvoorstel verhoogd). Ook dit wetsvoorstel treedt naar verwachting in werking op 1 januari 2015. En dus doen organisaties er goed aan om niet alleen hun beveiligingsmaatregelen in 2014 nog eens kritisch tegen het licht te houden, maar ook om hun bewerkerscontracten te herzien (een datalek bij de bewerker moet door de verantwoordelijke worden gemeld) en hun interne procedure voor het rapporteren en adresseren van datalekken af te stoffen, bij te werken en te testen.

3. Cloud en Safe Harbor

De rel rond de NSA na de openbaarmakingen van klokkenluider Edward Snowden hebben de gemoederen in Europa het afgelopen jaar flink bezig gehouden. Door deze rel zijn doorgiften van persoonsgegevens van Europa naar de Verenigde Staten in een kwaad daglicht komen te staan. En dan vooral de gegevensdoorgiften op basis van het Safe Harbor Akkoord, het doorgifteverdrag tussen de EU en de VS. In Brussel vindt men dat de VS wel heel liberaal omgaan met de zogeheten 'national security exception' van dat verdrag. Brussel heeft bij monde van Eurocommissaris Reding (Justitie en Binnenlandse Zaken) dan ook geëist dat het Safe Harbor Akkoord in 2014 wordt aangepast. Uiterlijk zomer 2014 moeten de VS aan Brussel laten weten of zij zich kunnen vinden in de voorstellen van de Europese Commissie om het Safe Harbor Akkoord aan te passen.

Problematisch is echter dat Safe Harbor een van de belangrijkste grondslagen is voor de doorgiften van persoonsgegevens in cloud-omgevingen. Opzegging van het Safe Harbor Akkoord zou niet alleen de Amerikaanse cloud industrie hard treffen, maar ook hun Europese klanten. Deze laatsten zijn immers verantwoordelijk voor de doorgiften naar de VS via de cloud. Zij zouden dan dus op zoek moeten naar alternatieven. Zij moeten ofwel een andere juridische basis zoeken (bijvoorbeeld modelcontracten, hoewel dat lastig kan zijn in cloud-omgevingen), ofwel op zoek gaan naar een andere (lees: Europese) cloudleverancier. Dat laatste zou Brussel overigens niet erg vinden. In het Europese Parlement gaan stemmen op om de verwerking van persoonsgegevens in de cloud aan banden te leggen, tenzij er sprake is van een Europese cloud waar de rechten van de Europese burgers gewaarborgd zijn. Ook Eurocommissaris Kroes (Digitale Maatschappij) heeft zich voorstander betoond van zo'n Europese aanbieder.

Als de VS de Europeanen niet tegemoet willen komen, dan kan er zomaar een heus digitaal handelsconflict ontstaan, met alle gevolgen van dien.... CIO's doen er dus goed aan om in de eerste helft van 2014 hun cloudstrategie eens kritisch tegen het licht te houden en een back-up plan te hebben klaarliggen voor het geval in de zomer de stekker uit Safe Harbor wordt getrokken.
 
4. Europese Verordening Bescherming Persoonsgegevens

De onderhandelingen over een nieuwe Europese Verordening Bescherming Persoonsgegevens, die vanaf 2016 de WBP moet gaan vervangen, naderen hun eindfase. Er liggen nog wel een paar politieke knopen op tafel die lastig door te hakken zijn en het is twijfelachtig of dat gaat lukken vóór de Europese Verkiezingen in juni. Maar over de grote lijnen is men het in Brussel wel eens: meer verantwoordelijkheid voor bedrijven en instellingen (vooral op het gebied van privacymanagement), meer rechten voor consument (vooral op internet), verplichte privacy-by-design en privacy impact assessments bij de introductie van nieuwe systemen en veranderingen in bedrijfsprocessen, omzetgerelateerde boetes (als het aan het Parlement ligt tot zelfs 5% van de wereldwijde jaaromzet of 100 miljoen euro) en restricties aan de uitwisseling van persoonsgegevens met buitenlandse overheden.

Er wordt voorzien in een overgangstermijn van twee jaar. Dat lijkt lang, maar voor veel bedrijven en instellingen zal blijken dat die twee jaar veel te kort is om alle systemen, bedrijfsprocessen en bewerkers door te lichten en waar nodig aanpassingen door te voeren. In 2014 beginnen met een implementatieplan voor de Verordening is zeker geen overbodige luxe.
 
5. De Data Protection Officer (DPO)

Ik voorspel dat 2014 ook hét jaar van de DPO wordt. Veel bedrijven, overheden en andere instellingen gaan dit jaar op zoek naar een DPO. Of misschien wel naar een CPO (Chief Privacy Officer, een DPO op executive niveau). De DPO wordt voor alle overheden, instellingen in de gezondheidszorg en veel bedrijven verplicht als de Europese Verordening van kracht wordt. Maar als je als organisatie dan nog op zoek moet naar een DPO, ben je waarschijnlijk te laat. Niet alleen zijn goed gekwalificeerde DPO's uiterst dun gezaaid, de DPO is ook de spil van het privacycomplianceprogramma van de organisatie. En dat programma moet op poten staan als de Verordening in werking treedt.

Men doet er dus goed aan om de DPO of de CPO al in 2014 aan te stellen, zodat de organisatie op tijd klaar is voor de Europese Verordening. Ook kan hij/zij dit jaar gebruiken om alvast de ergste rotzooi op te ruimen voordat de wetsvoorstellen inzake de boetebevoegdheid van het CBP en de meldplicht datalekken in werking treden. Overigens is het goed om te weten dat de DPO ook extern mag worden ingehuurd. Enerzijds geeft dat flexibiliteit (een DPO heeft immers ontslagbescherming), anderzijds is men daarmee verzekerd van deskundigheid op hoog niveau. Vanwege het brede scala aan competenties die een DPO moet hebben gelet op zijn/haar wettelijke takenpakket, is het vaak niet verstandig om nog even snel een medewerker die al in dienst is tot DPO te bombarderen. Hij/zij moet immers nog worden opgeleid en dan is 2014 voorbij voordat zo'n DPO goed en wel in kaart heeft gebracht wat er allemaal moet gebeuren. Uiteraard kan zo iemand altijd al als "privacy lead" aan de slag en worden opgeleid tot een echte DPO.
 
6. Cookiewetgeving

Het lijkt erop dat in 2014 ook de cookiewet zal worden aangepast. Straks is er geen toestemming meer nodig voor analytics cookies (hoewel we nog even moeten afwachten of de ACM daar ook de cookies van marktleider Google Analytics onder laat vallen). Tegelijkertijd zou het mij niet verbazen als de ACM de handhaving van de cookiewet gaat opvoeren en de eerste boetes gaat uitdelen voor overtreding daarvan. Tot nu toe ging de ACM vooral voor de handhaving van de informatieplicht. In 2014 zou daar zomaar ook de handhaving van het toestemmingsvereiste bij kunnen komen.

En als we het CBP mogen geloven schort het daar nog vaak aan. Het CBP heeft tracking cookies hoog op haar prioriteitenlijstje staan. Deze worden immers geacht persoonsgegevens te zijn als zij het gedrag van de gebruiker over meerdere websites volgen. In 2013 heeft het CBP in een aantal zaken al wat piketpaaltjes geslagen. 2014 zou dus zomaar ook het jaar kunnen worden waarin de cookiewet serieus zal worden gehandhaafd.
 
Ik wens u een voorspoedig en datalek-vrij 2014 !!
Voor meer info over bovenstaande ben ik bereikbaar via www.privasense.nl.

Wednesday, April 30, 2008

Privacy: Who's Problem Is It ?

Last week, I was interviewed by a professor who was researching the 'economics of privacy'. He wanted to know why organizations invest in privacy protection. Are there economic drivers for establishing privacy policies? Or is privacy just a 'Lawyers Paradise'?

It is an interesting question. In her PhD-thesis, professor Overkleeft -a Dutch law professor- stated that "privacy is a mandarin science" (G. Overkleeft-Verburg, De Wet Persoonsregistraties; Norm, Toepassing en Evaluatie, 1995). What she meant with that remark is, that there are only a handful of people (lawyers, commissioners, academics) who are privvy to the details of privacy theory and privacy practice. For everybody else, privacy is just a vague feeling, a buzz word, that is often misunderstood and sometimes misused or inappropriately applied. More than 10 years later, it is a safe bet that privacy still is a Mandarin science.... at least, in Europe.

In Europe, privacy is considered a fundamental right, which is laid down accordingly in the EU Charter of Fundamental Rights. But Europe's fundamental problem is its inability to turn the fundamental right of privacy into a people's issue. Europe claims that it has the best privacy laws in the world. Or at least, the eurocrats in Brussels and the Data Protection Authorities in Europe think so. This belief is even enshrined in article 25 of Directive 95/46. The "Digital Fortress Europe"-rule prohibits data export to countries that do not have an "adequate level of protection". Europe fiercely protects the personal data of its citizens, both in Europe and abroad. But in Europe's streets nobody knows those laws, and worse..... hardly anybody cares. The bureaucrats have reduced privacy protection to a legal compliance problem. For the average man, it is hardly an issue. But in the Information Age, privacy should be a matter of concern to everybody, not only to a "happy few", such as the data protection authorities, the lawyers, and a handful of privacy-rights activists. Privacy should not be something driven by law and supervisory authorities, but something driven by internal values of organizations and governements and the need to earn the trust of their stakeholders. Privacy should be something that people care about.

Take for instance The Netherlands. There are no privacy rights groups anymore. Bits of Freedom, a small Dutch digital rights movement, decided to liquidate itself a few years ago. Even worse, the "Dutch People" got the Big Brother Award 2007 because of their lack of interest in privacy. The average Dutchman likes to say that he has "nothing to hide (except his PIN-code)". On the other hand, there are plenty of law firms around that have some sort of a privacy practice. And an increasing number of organizations, companies as well as government agencies, are appointing privacy officers, or have some other form of in-house privacy expertise.

So, the professor's question seems to be a valid one. WHY do organizations invest in privacy if their stakeholders don't seem to care much about it? The answer is probably a complex one. Some organizations seem to have a privacy progam because they want to be seen as acting responsibly towards society. They invest in privacy because of their internal values. For others, it is an issue that they think may give them a comptetitive edge in the market. They invest in privacy to win, but are probably willing to drop it, if it doesn't pay off. And for many others it is just a matter of compliance with a set of very difficult and vague laws, and they do their best to be compliant. They invest in privacy because of risk avoidance and legal compliance.
However, I am also afraid that for most organizations it is just another law with which they -consciously or unconsciously- do not to comply. They don't invest in privacy simply because their stakeholders -internal or external- don't care about it. So why bother....?

So what did I tell the professor in the end? I told him that as long as we don't have good privacy metrics that enable us to show how much organizations lose if they don't protect the privacy of their customers and employees (either in actual cost, in opportunity cost or in lost sales because of lack of trust), the primary reason for investing in privacy is legal compliance and avoidance of legal risk. As long as people remain indifferent about their privacy, there will be no incentive to invest in stronger privacy protection in organizations. Thus, privacy will remain the problem of the legal department. It is seen as a cost rather than a benefit.

When we think of how to shape Privacy 2.0 in the 21st century, we also have to figure out how to make privacy a people's issue.